Parodontologie Praktijk Twente
Contact: 053-4300024
Spoed: 06‑23 08 49 16

Nieuws

PPT zoekt nieuwe collega's! 

Lees meer

Behandeling implantologie

Indien u naar de PPT wordt verwezen voor implantologie zal er eerst een eerste onderzoek implantologie plaatsvinden. In dit eerste onderzoek wordt gekeken of het mogelijk en wenselijk is om implantaten te plaatsen. Ook het parodontium wordt onderzocht, aangezien het parodontium (eerst) gezond moet zijn voordat er tot implantologie over kan worden gegaan.

Aanvullend op het eerste onderzoek worden er een aantal röntgenfoto’s gemaakt. Of een implantaat geplaatst kan worden hangt onder andere af van de hoeveelheid kaakbot. Indien er onvoldoende kaakbot aanwezig is kan dit door diverse bot-regeneratietechnieken worden opgebouwd. Vervolgens wordt er informatie gegeven over de bevindingen en wordt de planning voor een eventuele behandeling gemaakt en besproken. Tevens krijgt u een kostenbegroting mee, of deze wordt naar u opgestuurd.

Afdrukken

Indien er over wordt gegaan tot een implantologische behandeling worden er soms afdrukken van het gebit gemaakt. Hiervan worden gebitsmodellen gemaakt.

CBCT-scan

Voordat een implantaat wordt geplaatst, wordt er vaak eerst een driedimensionale röntgenscan (Cone Beam Computed Tomography) gemaakt. De scan geeft nauwkeurigere informatie over het gebied waar de implantaten geplaatst gaan worden, over het kaakbot en waar de belangrijke zenuwbanen zich exact bevinden. Op deze manier zijn beschadigingen van zenuwbanen vrijwel uitgesloten en kan het plan voor het plaatsen van de implantaten zeer nauwkeurig worden opgesteld. Soms volstaat een 2D panoramafoto (OPG). Verwijzen voor een CBCT-scan is mogelijk.

Implantatie

Nadat het eerste onderzoek plaats heeft gevonden en er afdrukken en een CBCT-scan, of een OPG, zijn gemaakt, vindt de werkelijke implantatie plaats. In de meeste gevallen wordt dan het tandvlees opengeflapt. Het implantaat wordt onder lokale verdoving geplaatst. Na implantatie dient het implantaat twee tot zes maanden te helen en in het kaakbot te integreren. In deze periode mag het implantaat zeer weinig worden belast. Vanwege esthetische redenen wordt er in deze periode vaak een tijdelijke prothese gedragen, omdat het implantaat in de mond zichtbaar kan zijn.

Indien uit de CBCT-scan/OPG blijkt dat er te weinig bot aanwezig is om het implantaat te steunen, wordt er door middel van een bot-regeneratietechniek nieuw kaakbot gecreëerd. Deze behandeling gebeurt voor of tijdens het plaatsen van het implantaat. Het nieuwe bot wordt onder het tandvlees geplaatst en na een aantal maanden heling wordt het implantaat weer vrijgelegd. Vaak wordt ook hier vanwege esthetische redenen een tijdelijke kroon of brug geplaatst, zodat het tandvlees mooi kan genezen.

Vervaardigen suprastructuur

Als het implantaat goed vastgegroeid is in het kaakbot kan de kroon, brug of prothese vervaardigd worden. Dit kan worden gedaan door de tandarts of door de implantoloog. Indien de tandarts de zogeheten suprastructuur gaat plaatsen kunt u daar de kostenbegroting voor de suprastructuur opvragen.

Nazorg bij implantologie